Legvoorschriften 2022 (concept-versie)

(deze versie toont de tussentijdse bevindingen van de deskundigencommissie)

3.1.  Inleiding en typologie

De werkvloer is de basis voor het werk van de vloerenlegger. Het is de vloer die hij aantreft in het gebouw, ter voorbereiding van zijn werk. In nieuwbouwprojecten is de werkvloer de vloer, zoals door de bouwer opgeleverd. In bestaande bouw, zoals renovatieprojecten, is de werkvloer de vloer zoals die in de loop der tijd door gebruik en allerlei ingrepen is ontstaan. In beide gevallen is inspectie vereist (zie 8012 en verder, en hoofdstuk 4).

Typologie

Er bestaan veel typen werkvloeren. Deze vloer bestaat uit een dragende ondergrond met daarop vrijwel altijd een dekvloer en/of een afwerklaag. Het is altijd de bovenste laag die als werkvloer dient; een monolitisch afgewerkte draagvloer (gevlinderd beton) is ook zonder ‘bovenste laag’ al een werkvloer. Het komt voor dat de werkvloer al belegd is met ander materiaal. Inspectie (zie hoofdstuk 4) moet dan uitwijzen of deze bovenste materiaallaag kan dienen als werkvloer of verwijderd dient te worden.

De voornaamste werkvloeren zijn:

  1. Zandcement-dekvloeren en cementgebonden gietvloeren;
  2. Calciumsulfaatgebonden gietvloeren (Anhydriet);
  3. Monolietvloeren;
  4. Keramische tegelvloeren;
  5. Natuursteenvloeren zoals marmer, travertin en graniet;
  6. Terazzovloeren;
  7. Epoxygebonden siergrindvloeren;
  8. Houten vloeren of (vezelgebonden) droogbouwplaten;
  9. Kurkvloeren;
  10. Vloeren met asbesthoudende bedekking/toplaag;
  11. Gipsgebonden droogbouwplaten (Fermacell);
  12. Magnesiet vloeren.

N.B. Bij asbest in de werkvloer zijn er grote gezondheidsrisico’s. Handel dan volgens de normen van de Code van het parketbedrijf (zie hoofdstuk 1, paragraaf Veilig en gezond gerken –  Verwijdering vloerbedekking).