Legvoorschriften 2022 (concept-versie)

(deze versie toont de tussentijdse bevindingen van de deskundigencommissie)

7.3.   Tapis

Tapis is parket dat bestaat uit massief houten elementen. De gangbare dikten liggen tussen 6 en 10 mm. Deze elementen kunnen in alle denkbare patronen worden gelegd. Dit geschiedt door verlijming en spijkeren/nagelen van de elementen op de ondergrond. Enige zichtbaarheid van de afgestopte spijkergaatjes/nietgaatjes hoort bij een talisvloer.

Nog op te nemen: Macro foto’s

  –  8077   TECHNIEK (2021)

Bij tapis worden de elementen niet alleen verlijmd mer de ondergrond, maar ook van bovenaf doorgespijkerd/doorgenageld. Gebruik voor het spijkeren/nagelen speciale tapisnagels (brads) dan wel krammen (nagels).

Spijker/nagel minimaal 15 mm vanaf de kopse kanten van de tapiselementen en minimaal 10 mm vanaf de langste kanten. Verdeel de overige spijkers/nagels over het element zodanig dat hun onderlinge afstand niet groter is dan ca. 250 mm. Zie figuur 6.

Klop daarna de elementen met een rubberen of houten hamer in het lijmbed; dit is essentieel voor een goede hechting.

  –   8078   TECHNIEK (2021)

Gebruik bij voorkeur geen waterhoudende lijmen (dispersielijmen) bij tapisdelen en/of vochtgevoelidge houtsoorten, zoals o.a. beuken. Raadpleeg leverancier/fabrikant voor advies en garantie.

  –   8079   TECHNIEK (2012)

Tapis dient na het leggen, dus in het werk, te worden geschuurd en afgewerkt. Uitzondering hierop zijn de zogeheten ‘verouderde’ parketvloeren van elementen die zijn gekastijd om een ‘verouderd’ oppervlak te verkrijgen.