Legvoorschriften 2022 (concept-versie)

(deze versie toont de tussentijdse bevindingen van de deskundigencommissie)

7.4.   Lamelparket

Lamelparket is parket dat bestaat uit drie lagen, waarvan de toplaag (slijtlaag) uit massief hout bestaat van minimaal 2 mm dik. Deze parketsoort is meestal prefab gelakt of geolied en wordt dan dus kant en klaar gelegd. Lamelparket wordt doorgaans los (zwevend) gelegd op een geschikte tussenvloer. De elementen van lamelparket passen in elkaar door middel van mes- en -groef (zie figuur 7) of een clicksysteem (zie figuur 8 later in dit hoofdstuk).

Er zijn drie manieren van leggen, te weten los (zwevend) leggen (zie 8080), volvlak verlijmen (zie 8081) en spijkeren (zie 8083).

Legvoorschriften

  –   8080   TECHNIEK (2021)

Los (zwevend) leggen.

Plaats op de werkvloer eerst een vochtscherm van dampdichte PE=folie met kleefstrip of 200 mm overlap, of plaats een dampdichte tussenvloer.

Indien er een PE-folie vochtscherm is geplaatst: leg daar een tussenvloer los (zwevend) op en leg hier vervolgens de elementen van het lamelparket eveneens zwevend op.

Indien er in plaats van een vochtscherm een tussenvloer met ingebouwd vochtscherm op de werkvloer is gelegd: leg ook nu de elementen van het lamelparket zwevend op de tussenvloer.

Bij een mes- en -groef verbinding dienen de elementen in de mes- en -groef worden verlijmd; bij een clicksysteem mag verlijming achterwege blijven.

Houd rekening met voldoende expansieruimte (0,5 à 1% van de lengte/breedte van het vloerveld en verticale doorvoeren, afhankelijk van het te leggen materiaal; volg de aanwijzingen van leverancier/fabrikant).

Plaats geen zware vaste objecten op een zwevende vloer, maar plaats de vloer eromheen, bijvoorbeeld bij een keukenblok of houtkachel. Neem dit advies ook op in het onderhoudsadvies, zie ook 8035.

  –   8081   TECHNIEK (2021)

Volvlak verlijmen: de werkvloer mag geen planken vloer zijn. Lijm het lamelparket op de werkvloer of op een tussenvloer.