Legvoorschriften 2022 (concept-versie)

(deze versie toont de tussentijdse bevindingen van de deskundigencommissie)

4.3.  Legvoorschriften inspectie vlakheid

  – 8028 TECHNIEK (2012)

Meet de vlakheid van een vloer met een volkomen rechte rei ter lengte van 2,00 m waarbij 5 mm de norm voor parket is volgens 8029 tot en met 8032.

Tenzij de fabrikant anders voorschrijft.

Toelichting: Iedere werkvloer kan onvoldoende vlak zijn, ook als deze op het oog volkomen vlak lijkt. Onvlakheden zijn vast te stellen met een rei. Te grote onvlakheden kunnen de kwaliteit van de te leggen vloer aantasten.

– 8029  TECHNIEK (2012)

Leg de rei bij een vlakheidmeting van een werkvloergedeelte steeds zó neer (en in de praktijk dus vaak op diverse manieren), dat de ongunstigste situatie in de meting wordt gevangen.

Handel hierbij volgens de praktijknormen voor ‘dalen’ (zie 8030), ’toppen’ (zie 8031) en ‘hellende vlakken’ (zie 8032).

Als de vloer niet volkomen valk is, raakt de rei de vloer niet overal. Meet de grootste afstand tussen rei en vloer. Deze afstand mag niet meer dan 5 millimeter bedragen. Een grotere afstand betekent dat de werkvloer niet vlak genoeg is en dient te worden geëgaliseerd met een geschikte egaline, geschikt voor werkvloer en afwerkvloer.

– 8030  TECHNIEK (2012)

Leg bij meting van ‘dalen’ in de werkvloer de rei neer volgens figuur 1 en wel over het te bemeten ‘dal’. Doe dit zo nodig op diverse wijzen (zie 8028), opdat het diepste punt van het ‘dal’ gemeten wordt.

Met ‘diverse wijzen’ is hier bedoeld: leg het midden van de rei boven het diepst gelegen punt; herhaal dit bij twijfel voor enkele andere legrichtingen en (boven het dal gelegen) legplaatsen van de rei.

– 8031  TECHNIEK (2012)

Leg bij meting van ’toppen’ in de werkvloer de rei neer volgens figuur 2 en wel op de te bemeten ’top’, zo nodig op diverse wijzen (zie 8028), opdat het hoogste punt van de ’top’ gemeten wordt.

Met ‘diverse wijzen’ is hier bedoeld: leg het midden van de rei op de top, plus: herhaal dit bij twijfel voor enkele andere legrichtingen en (op de top gelegen) legplaatsen van de rei.

Voorts dient de rei zodanig te worden gelegd en met de hand bijgestuurd, dat beide vrije uiteinden steeds dezelfde afstand tot de vloer hebben, want dat is de te meten afstand.

– 8032  TECHNIEK (2012)

Leg bij meting van ‘hellende vlakken’ in de werkvloer de rei neer volgens figuur 3 en wel op één van beide vlakken, zo nodig op diverse wijzen (zie 8028), opdat de afstand tussen de rei en de vloer aan het vrije uiteinde van de rei gemeten wordt.

Met ‘diverse wijzen’ is hier bedoeld: leg het midden van de rei op de ontmoeting van beide vlakken loodrecht op de ontmoetingslijn van beide vlakken en herhaal dit, bij twijfel, voor enkele andere legrichtingen van de rei.

Toelichting:

Ontmoetingen van twee hellende vlakken zijn te verwachten bij op elkaar aansluitende vloervelden en vooral bij uitbreiding van ruimten (door aanbouw van een nieuwe ruimte of samenvoeging met een bestaande ruimte).

– 8033  TECHNIEK (2012)

Adviseer bij uitbreiding van een ruimte, waarin een zandcementdekvloer is gelegen, zo’n 20 cem van de onderliggende werkvloer vrij te maken, of voer dit zelf uit. Hierdoor kan de aannemer een zo vlak mogelijke, dat wil zeggen knikvrije aansluiting maken tussen deze bestaande werkvloer en de werkvloer van de uitbreiding.