Legvoorschriften 2022 (concept-versie)

(deze versie toont de tussentijdse bevindingen van de deskundigencommissie)

4.5.   Inspectie consistentie (vastheid, sterkte, scheurvorming, e.d.) van steenachtige vloeren

  – 8037 TECHNIEK (2012)

Het gaat bij inspectie van de consistentie met name om de krasproef en de slagproef. Zie voor consistentie ook de toelichting bij 8034. Bij de krasproef worden met een deeigende kraspen met instelbare druk in ruitpatronen krassen in de zandcement-dekvloer of anhydrietvloer gemaakt; zie figuur 4. Zij de kraslijnen scherp en blijven na vegen de opstaande kantjes van de krassen staan, dan is de vloer in orde. In het andere geval is de werkvloer niet vast genoeg en moet hij, vóór verlijming met een andere vloerlaag, worden gegrond (voorgestreken) – zie ook 8022.

Bij de slagproef wordt een hamer van 500 gram (zie figuur 5.) dwars en scheef op de strijkrichting van het zandcement geslagen (of als die niet zichtbaar is: scheef op het oppervlak). Er mag niets afbrokkelen of breken: dan is de vloer goed.

Scheurvorming is met het blote oog vast te stellen. Stervormige scheuren duiden vaak op losliggende stukken. Bij scheuren de vloer afkloppen: een holle klank betekent dat er een stuk dekvloer, een tegel, siergrind of wat dan ook verwijderd of uitgehakt moet worden; daarna het gat repareren met een reparatiemortel (houd rekening met extra droogtijd).