Legvoorschriften 2022 (concept-versie)

(deze versie toont de tussentijdse bevindingen van de deskundigencommissie)

4.2.  Wanneer, waarop/wat inspecteren en welke verbeteringen aanbrengen

  – 8019 TECHNIEK (2012)

Inspecteer een werkvloer vóór aanvang van de werkzaamheden en waar mogelijk vóór het afspreken van de bestelling van materiaal volgens 8020 tot en met 8022 en breng vóór het begin van de werkzaamheden de verbeteringen aan, die gelet op de gewenste afwerkvloer noodzakelijk zijn, mede gelet op 8020.

Het komt voor dat de werkvloer al belegd is met ander materiaal. Inspectie moet dan uitwijzen of deze bovenste laag materiaal kan dienen als werkvloer of verwijderd dient te worden.

Toelichting:

Let op: Bij het aanbrengen van verbeteringen door de parketteur ligt de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de werkvloer hierna bij de parketteur.

  – 8020 COMMUNICATIE (2012)

Wijs de klant/gebruiker vóór het begin van de werkzaamheden op de aanpassingen van de werkvloer die, gelet op de door hem gekozen afwerking, noodzakelijk zijn en die eventueel gewenst zijn, en maak daar prijsafspraken over.

Wijs de klant ook op eventueel noodzakelijke wijzigingen bij de afwerking, zoals lijmen in plaats van spijkeren (zie ook 8025), of om in de nieuwbouw een vochtscherm aan te brengen (zie ook 8034 en 8035).

  – 8021 TECHNIEK (2012)

Voor alle werkvloeren geldt dat ze vlak, droog en vormvast moeten zijn (dit laatste geldt met name als er een vast te leggen – verlijmde of verankerde – tussenvloer en/of afwerkvloer op komt).

Kleine oneffenheden, zoals gaatjes, kuiltjes en bobbeltjes, worden geëgaliseerd als de nagestreefde kwaliteit van de aan te brengen vloer dat vraagt.

Met name bij geplakt kurk/PVC is gladheid van groot belang, omdat ook kleine oneffenheden snel doortekenen.

Laat dergelijke kleine oneffenheden buiten beschouwing bij vlakheidsmetingen over grote vloeroppervlakken (zie 8028 tot en met 8032).

  – 8022 TECHNIEK (2021)

Volg onderstaande legvoorschriften voor hieronder genoemde soorten werkvloeren. Deze betreffen eigenschappen, eisen, inspectiemethoden, noodzakelijke bewerkingen en mogelijk gewenste verbeteringen.

Als ook maar één van de geïnspecteerde eigenschappen niet in orde is, moet de parketteur de werkvloer voor het leggen van de gewenste vloerbedekking afkeuren. er resten hem dan drie opties:

  1.  de werkvloer wordt alsnog deugdelijk hersteld of aangepast, zodat deze alsnog voldoet aan de eisen. Leg dit vast in het opnameformulier.
  2.  er wordt een ander systeem toegepast waarvoor de geconstateerde tekortkomingen niet bezwaarlijk zijn.
  3.  het werk wordt niet uitgevoerd.

Maak een (alsnog) goedgekeurde werkvloer vrij van lijm- en cementresten en dergelijke, en maak hem, als er gelijmd moet worden, ook schoon en stofvrij.

Zeer harde vloeren en vloeren met ingestorte leidingen zijn in beginsel niet spijkerbaar.